|
Hyperventilatie kan onverwacht veel invloed hebben op het dagelijks leven. Een benauwd gevoel, hartkloppingen, tintelingen of duizeligheid kunnen onzeker maken, zeker wanneer niet direct duidelijk is waar de klachten vandaan komen. Wie merkt dat ademhaling, spanning en lichamelijke klachten elkaar blijven versterken, kan baat hebben bij oefentherapie bij hyperventilatie. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de ademhaling zelf, maar ook naar houding, spierspanning, gewoonten en situaties waarin klachten ontstaan. Wat gebeurt er bij hyperventilatie?Bij hyperventilatie ademt iemand sneller of dieper dan het lichaam op dat moment nodig heeft. Daardoor kan de verhouding tussen zuurstof en koolzuur in het bloed veranderen. Dat proces kan verschillende lichamelijke reacties veroorzaken. Sommige mensen merken vooral dat zij hoog in de borst ademen, terwijl anderen pas doorhebben dat hun ademhaling ontregeld is wanneer duizeligheid, druk op de borst of een licht gevoel in het hoofd ontstaat. De klachten hoeven niet voortdurend aanwezig te zijn. Juist die wisselvalligheid maakt hyperventilatie soms lastig te herkennen. Tijdens een drukke werkdag kan iemand nauwelijks iets merken, terwijl dezelfde persoon later op de avond ineens gespannen, kortademig of onrustig wordt. Ook langdurige stress kan een rol spelen. Het lichaam blijft dan als het ware paraat staan, waardoor rustig en vanzelfsprekend ademhalen minder makkelijk wordt. Klachten kunnen breder zijn dan benauwdheidHyperventilatie wordt vaak gekoppeld aan snel ademen, maar het klachtenbeeld kan veel breder zijn. Een veranderde ademhaling beïnvloedt namelijk niet alleen het gevoel in de longen. Ook spieren, concentratie en het evenwicht kunnen reageren. Daardoor kan iemand ten onrechte denken dat alle klachten los van elkaar staan. Veelvoorkomende signalen zijn onder meer:
Niet iedereen ervaart dezelfde combinatie. Bij de ene persoon staat duizeligheid op de voorgrond, terwijl een ander vooral last heeft van spanning en vermoeidheid. Daarom is het belangrijk om niet alleen naar één symptoom te kijken, maar naar het patroon waarin klachten ontstaan. Waarom ademhaling en spanning elkaar kunnen versterkenAdemhalen gebeurt grotendeels automatisch. Toch reageert de ademhaling voortdurend op wat iemand doet, denkt en voelt. Bij inspanning wordt het tempo hoger. Tijdens ontspanning vertraagt het meestal weer. Bij spanning kan dat systeem ontregeld raken. Iemand gaat bijvoorbeeld hoger ademen, trekt de schouders op of spant onbewust de buik aan. Wanneer lichamelijke sensaties vervolgens als bedreigend worden ervaren, kan extra onrust ontstaan. Die onrust beïnvloedt opnieuw de ademhaling. Zo ontstaat een kringloop waarin klachten zichzelf in stand kunnen houden. Het doel is daarom niet om ieder moment bewust controle over de ademhaling te houden. Veel belangrijker is dat het lichaam opnieuw leert schakelen tussen activiteit en herstel. Wat u zelf kunt observerenWie regelmatig klachten ervaart, kan eerst proberen patronen te herkennen. Dat betekent niet dat u voortdurend uw ademhaling moet controleren. Overmatige aandacht kan juist extra spanning geven. Het kan wel helpen om op enkele vaste momenten stil te staan bij wat er gebeurt. Let bijvoorbeeld op uw houding tijdens computerwerk, autorijden of lezen. Zijn uw schouders ontspannen? Kunt u uw adem laten komen zonder deze bewust groter te maken? Merk ook op of klachten vaker ontstaan na stress, vermoeidheid, weinig slaap of langdurige concentratie. Zulke observaties geven vaak meer informatie dan alleen tellen hoe vaak u per minuut ademt. Ademhalingsoefeningen kunnen daarnaast nuttig zijn, mits ze rustig en doelgericht worden ingezet. Het gaat niet om zo diep mogelijk inademen. Een geforceerde diepe ademhaling kan de klachten juist versterken. Ontspanning, een comfortabele houding en een rustige uitademing zijn doorgaans belangrijker dan veel lucht naar binnen halen. De rol van houding en bewegingDe manier waarop iemand zit en beweegt kan invloed hebben op de ademhaling. Langdurig voorovergebogen zitten, gespannen schouders of een stijve borstkas kunnen ervoor zorgen dat vrij ademen moeilijker aanvoelt. Houdingscorrectie betekent daarbij niet dat iemand de hele dag kaarsrecht moet zitten. Het gaat vooral om variatie, bewegingsvrijheid en het verminderen van onnodige spierspanning. Regelmatig bewegen kan eveneens helpen om vertrouwen in lichamelijke sensaties terug te krijgen. Een hogere hartslag of snellere ademhaling tijdens inspanning is immers normaal. Wie bang is geworden voor die signalen, kan beweging onbewust gaan vermijden. Geleidelijke opbouw kan dan helpen om onderscheid te leren maken tussen een normale reactie op inspanning en klachten die samenhangen met spanning of ontregeling. Wanneer begeleiding meer duidelijkheid kan gevenSoms lukt het goed om zelfstandig meer rust in het ademhalingspatroon te krijgen. In andere situaties blijven klachten terugkomen of ontstaat er onzekerheid over wat verstandig is. Professionele begeleiding kan dan helpen om het geheel te bekijken: ademhaling, houding, spierspanning, stress en gedrag beïnvloeden elkaar vaak tegelijkertijd. Binnen oefentherapie kunnen onder meer ontspanningsoefeningen, ademregulatie, houdingsverbetering en begeleiding bij uitlokkende situaties worden gecombineerd. Ook mindfulness en technieken die helpen om anders met spanning of lichamelijke sensaties om te gaan, kunnen een plaats krijgen. De aanpak wordt afgestemd op de klachten en op de momenten waarop iemand in het dagelijks leven wordt beperkt. Bij nieuwe, ernstige of onverklaarde klachten is het verstandig om medische oorzaken eerst te laten beoordelen. Benauwdheid, pijn op de borst, flauwvallen en aanhoudende duizeligheid kunnen verschillende oorzaken hebben. Wanneer duidelijk is dat hyperventilatie een belangrijke rol speelt, kan gerichte begeleiding vervolgens helpen om het vertrouwen in ademhaling en bewegen stap voor stap terug te brengen. |